Neigembos

Wandelen in Neigem- en Berchembos


(met dank aan Erna Lauwaet)

Het Neigembos maakte voor de middeleeuwen deel uit van een aaneengesloten bosgordel die omheen Brussel liep en het Zoniënbos met het Hallerbos verbond. Deze boszone maakte deel uit van het Kolenwoud dat het ganse löss-leemgebied bedekte en waarvan het Neigembos, samen met het Zoniënbos, het Hallerbos en het Kravaalbos nog overblijfselen zijn. 

Aan wie het bos vroeger toebehoorde is onduidelijk. Volgens Hoebanx (uit Dua V., 1987, niet gerefereerd) behoorde de volledige gemeente Neigem vanaf de 10de eeuw toe aan de abdij van Nijvel (Dua V., 1987). Waarschijnlijk gold dit ook voor het Neigembos, alhoewel hiervan geen historisch bewijsmateriaal bestaat. 


De oudste documenten met betrekking tot de oppervlakte en het eigendom van Neigembos dateren van het laatste kwart van de 15de eeuw. Een renteboek van Pierre de Goux, heer van Wedergraete, uit 1482 geeft aan dat grote delen van het bos in de twaalfde eeuw in eigendom waren van de stiftsdames van het kapittel van de domstiftskerk St.Waudrud in Bergen. 

Een deel van het bosareaal van Neigem (17 ha) was in 1482 onder andere in handen van het hospitaal van Neigem, Gilles De Loor, Jehan Van Haecht, Roeland de Wedergraete, de weduwe Paelmans, Jehan Van Belle en dhr. De Goux. 

De naam de Wedergraete zou belangrijk blijven voor de geschiedenis van Neigembos. Zo was er de “Heerlijkheid van Wedergraete", gevormd door de gemeenten Meerbeek, als leengoed van de graven van Brabant. Neigem, Denderwindeke, Pollare, Appelterre en Eychem, waren leengoederen van de graven van Vlaanderen. 

Door de eeuwen heen behoorde deze heerlijkheid toe aan diverse adellijke families, en allicht werd ook het Neigembos samen met de overige bezittingen telkens mee overgedragen. Van de tweede helft van de 15de eeuw tot de tweede helft van de 17de eeuw was de heerlijkheid in handen van Pierre de Goux, kanselier van Filips de Goede, en zijn erfgenamen. Daarna kwam het voor een korte periode in bezit van Henri le Mire en nadien van Jacques Ferdinand de la Pierre. Die verkocht het in 1687, toen het 21 jaar in zijn handen was, aan Henri Philippe de Bousies. In 1699 kwamen de gronden van Wedergraete en bijhorigheden in het bezit van de familie Pierre Antoine Van Cauteren, heer van Nederbrakel en Zarlardinge. Door huwelijk kwam het na een halve eeuw in handen van baron Plotho d’Ingelmunster. 

Zijn familie liet in de loop van de 19de eeuw al haar bezittingen,waaronder ook het Neigembos, na aan Charles Albéric Descantons de Montblanc. Deze familie is tot vandaag belangrijk voor het uitzicht en de omvang van Neigembos. 

Het bos speelde een aparte rol tijdens de wereldoorlogen, vooral tijdens de eerste. Het Neigembos werd toen doorsneden door loopgraven waarin de Duitse soldaten hun munitie opsloegen. Deze grachten stonden onder constante bewaking. Zowel door de Duitsers als door de inwoners van Neigem werden regelmatig bomen gekapt uit het bos. Deze werden gebruikt als brandhout tijdens de koude winterperiode. Verder kan nog vermeld worden dat voornamelijk langs de grote Molenbeek veel bomen werden gekapt met de bedoeling open zicht te verkrijgen op de Hallebaan, zodat de naderende troepen vlug konden opgemerkt worden. Deze verschillende ontbossingen tijdens eerste wereldoorlog leiden ertoe dat het bos rond 1920 quasi volledig ontbost zou zijn geweest (J. Cox, mondelinge mededeling). 

Na het kappen van een 400-tal Beuken in het bos begin de jaren ’70 werd overgegaan tot een gerechtelijke onteigening. Op 8 maart 1976 werd 39 ha onteigend van graaf Descantons en kwam in handen van de Belgische staat. Tussen 1985 en 1993 werd nog es 8,71 ha gekocht en kwam het bos in handen van het Vlaamss Gewest. Hierna werd nog meer dan 20 ha bos en graslanden door het Vlaams Gewest aangekocht. 



Bron: Beheerplan Bosreservaat Neigembos - Uitbreiding

Heksenkruid

Eenbes

Gele Dovennetel

Dalkruid

Bosanemoon

Daslook

Bosandoorn

Lelietje-van-Dalen

Dopheide